Friese kustpad, 1e etappe, Stavoren – Workum, 15,5 km

Zonovergoten, windstil en rond het vriespunt. Ideaal weer voor een lekkere wandeling. Voor het eerst weer eens samen op pad sinds Irma haar noodlottige valpartij op de Camino del Norte. Een ongeluk waar ze overigens nog steeds niet volledig van hersteld is. Begin maart wordt ze geopereerd en zal de chirurg proberen om de scheur in haar polsmeniscus te herstellen.
Met de auto rijden we naar Stavoren. We zijn zo druk aan het keuvelen dat ik de afslag naar Bolsward mis, en daar bij Wieuwerd pas achterkom, dus dan maar via Sneek naar Stavoren. De adem vormt wolkjes in de lucht als we in Stavoren uitstappen bij de grote parkeerplaats. Denzel dartelt enthousiast om ons heen, die heeft er vreselijk veel zin in.
Bij het station van Stavoren start het Lange Afstand Wandelpad het “Friese Kustpad” wat van Stavoren aan het IJsselmeer naar Lauwersoog loopt, en zoveel mogelijk de kustlijn volgt. Aan het eind van de haven zien we een stukje spoorrail liggen. Volgens het info-bord legde hier vroeger een pont aan die goederenwagons aan boord kon nemen die dan naar Amsterdam werden gebracht en visa-versa. Dit stukje dok en spoorlijn herinnerd aan deze tijd.
We vervolgen onze weg langs de binnendijk langs het IJsselmeer en klimmen er soms even bovenop om van het uitzicht te genieten. Onderweg zien we grote zwermen ganzen al gakkend opstijgen uit het weiland en samenvoegen tot een enorme zwerm. Even later strijkt een deel neer in het IJsselmeer om te fourageren. Wij strijken neer in een vogelkijkhut om even een broodje te eten. Door een kijker in de vogelhut spot ik allerlei watervogels. (Een waterhoentje)
In Hindelopen kunnen we een paar prachtige winterse foto's maken en drinken een kop koffie in een café. We vervolgen onze weg over een slaper die uitkomt bij het strand van Workum, daar is het een drukte van belang met allemaal wandelaars. Langs een kanaal lopen we Workum binnen en eindigen deze wandeldag bij een restaurant in het leuke centrum.
Na een warme chocomelk met appeltaart lopen we naar het station en nemen de trein terug naar Stavoren. Al met al een heerlijke wandeldag in de prachtige natuur.

 

Advertenties

Dag 14. Santander – Hospitaal (12 km)

It's all over now. Er komt ons een wandelaar met een hond tegemoet. Denzel begint wat te grommen en Irma wil hem een corrigerende tik geven. Ze let even niet goed op en blijft met de veter van haar linker schoen in een haak van de rechter schoen hangen en valt voorover. Resultaat: twee geschaafde knieën, geschaafde linkerhand, hoofdwond een blauw oog en het ergste, een zeer pijnlijke en opgezwollen rechterhand.

 

Huilend en bloedend ligt ze op het asfalt terwijl de regen neerplenst. De wandelaar schiet ons direct te hulp en moeizaam tillen we Irma omhoog. De wandelaar neemt Irma haar rugzak op zijn schouder, en ik neem Irma onder mijn hoede. Langzaam strompelen we naar een verderop gelegen boerderijtje. De wandelaar roept de eigenaar die het hek voor ons opent. In de schuur zetten we Irma op een kruk en inventariseren de schade.

 

Gezien de pijn die Irma in haar hand heeft besluiten we de ambulanche te bellen, de wandelaar neemt dit voor zijn rekening. De eigenaar van het boerderij haalt intussen desinfecterende alcohol. Ik pak mijn eerste hulp pakketje erbij. Zo goed en kwaad als het kan reinig ik de wonden en verbindt deze of plak pleisters. De rechterhand is zo pijnlijk dat ik er maar van af blijf.

 

De ambulanche laat lang op zich wachten. De wandelaar heeft zijn vrouw intussen gebeld die met de auto aan komt rijden. Ze bieden aan om ons mee te nemen naar hun woning om vandaar uit met een grotere auto naar het hospitaal te rijden. De ambulanche wordt afgebeld. Denzel krijgt een plekje in de garage samen met onze rugzakken.

 

In het hospitaal wordt er een röntgenfoto van Irma haar hand gemaakt, en later nog één. Op de foto's is niet goed te zien of het middenhandsbeentje gebroken is of niet. Preventief wordt de hand in het gips gefixeerd en een mitella omgedaan. Ook worden de overige wonden nog even goed schoongemaakt en verbonden. De wandelaar neemt ons vervolgens mee terug naar zijn huis zodat Irma haar natte plunje even kan omwisselen voor schone en droge kleren.

 

Tot slot brengt de wandelaar ons met zijn auto terug naar het treinstation van Santander. Dit is het einde van onze camino. Geweldig wat een vriendelijke een hulpzame mensen er toch zijn die ongevraagd je opvangen in moeilijke tijden en zich maximaal inpspannen om je te helpen. Ik neem me voor om als we op een ander tijdstip onze camino nog eens mogen vervolgen de wandelaar, zijn vrouw en de eigenaar van het boerderijtje nog eens op te zoeken en hun nogmaals te bedanken.

 

De auto staat nog in Irun, de eerste uitdaging is om terug te komen Irun. Dit kan via de trein met een overstap in Bilbao. De eerstvolgende trein naar Bilbao gaat pas om 19:00 uur, we moeten zo'n vijf uren wachten. Als ik later nog even via internet het reisschema bekijk blijkt de trein pas om 22:00 uur in Bilbao aan te komen. Een reisduur van 3 uur voor zo'n slordige 120km. Dat wordt ons veel te laat, op die manier krijgen we nooit een aansluiting op de trein naar San Sebastiaan of Irun, en zijn we gedwongen tot een overnachting in Bilboa.

 

Naarstig ga ik op zoek naar andere mogelijkheden. Een auto huren lijkt de beste optie. Maar omdat 15 september een lokale feestdag is zijn alle autoverhuurbedrijven in Santander gesloten. Via de Europacar site kan ik een auto huren die ik kan afhalen op Santander airport. Dit lijkt een haalbare optie.

 

Ik breng de treinkaartjes terug bij het loket met het verzoek om het geld terug te krijgen. Ik krijg een hele tirade in het spaans over me heen waar ik geen woord van versta. Ik hou vol dat ik mijn geld graag terug wil. Als de rij achter mij steeds groter wordt bezwijkt de vinnige spaanse spoorwegbeambte en ik krijg mijn geld terug. Ik haal een taxi op die ons naar het vliegveld brengt. Daar neem ik de huurauto in ontvangst en we rijden naar San Sebastiaan airport.

 

Vandaar nemen we een taxi naar het parkeerterrein waar onze auto staat en rijden nog een twee uurtjes tot vlak voor Bordeaux waar we in een hotel langs de autosnelweg overnachten.

 

 

Dag 13. Güemes – Santander (15,5 + 10 km)

Te laat staan we op, daardoor missen we het ontbijt in de Auberge. Zelfs geen kopje koffie kan er meer af. We houden wat gemengde gevoelens bij deze auberge. Dus zonder ontbijt starten we de wandeling vandaag. Via een rustige weg lopen we naar Galizano, op het terras van een restaurant nemen we koffie en eten we wat. Als we het dorp uitlopen zien we in de verte de oceaan al.

 

De route vervolgt zich langs de kust, op soms minder dan een meter lopen we langs kliffen van meer dan 30 meter hoog terwijl de atlantische oceaan zich donderend op de rotsen werpt. Het water spat dan meters omhoog. Bij Somo lopen we het strand op, door het mulle zand lopen is best wel zwaar. We zoeken het daarom maar wat hoger op zodat we over een houten pad kunnen lopen. Hierdoor raken we de route wel kwijt, maar een vriendelijke politieman wijst ons de weg.

 

Aan de andere kant van het schiereiland nemen we de veerpont naar Santander. Vandaar de +10 km, dat is namelijk de afstand die we over het water hebben afgelegd. Op de veerboot ontmoeten we de jongeman uit Apeldoorn weer die al lopend naar de zon zich een weg in zijn leven probeert te vinden. Hij leunt innig tegen zijn duitse vriendin die hij op de Camono heeft ontmoet.

 

Samen zoeken we in Santander naar de Albergue, maar die is best lastig te vinden. Zowel het Outdoor boekje van de duitse als mijn navigatieapp bieden geen uitkomst. We klampen diverse mensen aan en vragen waar de albergue is. Een oud dametje biedt ons aan de weg te wijzen en loopt al ratelend in het spaans met ons mee.

In de auberge zijn we met Denzel niet welkom. De hospatalier belt echter een vriendin die ons wellicht onderdak kan bieden. Dat lukt, en op een routekaartje tekent ze de route naar het huis van haar vriendin. Lely onthaalt ons hartelijk en we krijgen een mooie kamer met een lekker groot bed. Denzel vindt ze al helemaal geweldig en doet haar denken aan haar eigen duitse herder die al enige tijd dood is.

We gaan de stad nog even in en als we terugkomen heeft ze ook nog onderdak aan een duitse jongen van paraquayaanse afkomst geboden en ze verteld dat er nog 4 pelgrims onderweg zijn. En dat allemaal in dat kleine appartementje. 's Avonds is het een gezellig internationaal gezelsschap en Lely voert de boventoon in de verhalen over haar reizen naar St. Petersberg en Las Vegas.

Heerlijk om weer eens op een gewoon bed te slapen.

 

Dag 12. Laredo – Güemes (30 km)

Als we wakker worden horen we het al in de verte onweren. We springen de tent uit en beginnen snel alles in te pakken nu het nog droog is. We kunnen zelfs nog droog ontbijten, na het ontbijt vallen de eerste spatjes regen. De regenkleding gaat aan en de regenhoes over de rugzak. Dan op pad. Een paar honderd meter kan de regenjas alweer uit, het is al weer droog.

 

We lopen door Laredo naar de punt, vandaar brengt een voetveer ons naar het dorpje Santoña. Daar drinken we een kopje koffie bij 'Peter & Pan'. Via het dorpje Berria lopen we naar het eind van het strand 'playa de Berria'. Dan een heuse bergbeklimming, gelukkig niet zo hoog, maar wel zwaar door het mulle strand. Aan de andere kant van de berg komen we uit bij een ander strand, 'playa de Trengadin'. Daar ziet het water er zo lekker uit dat ik met Denzel een duik neem. Dit terwijl Irma haar blaren doorprikt. Ieder zijn meug.

 

In het Hardrockcafe Custom Cafe in Noja eten we friet en een hamburger, als we weg willen gaan begint het weer te spetteren. We wachten nog even tot het weer droog is. Dan lopen we verder naar het dorpje San Miguel de Mereulo. Bij gebrek aan hondevoer kopen we daar maar een paar blikjes kattevoer voor Denzel, dus als hij begint te mauwen, dan weten jullie waar het van komt. Vanaf San Miguel nemen we een kortere variant naar Gūemes.

 

Irma zit er weer flink doorheen, alles doet haar pijn. Ze overweegt te stoppen. Gelukkig vindt ze nog wat energie om de laatste twee kilometer naar de Albergue te lopen. Omdat we een hond bij ons hebben worden we verbannen naar een grasveldje. Gelukkig mogen we wel van de voorzieningen gebruik maken.

 

 

Dag 10. Islares – Laredo (31 km?)

De routeboekjes, GPS en richtingsbordjes geven allemaal verschillende afstanden aan, volgens het routeboekje vandaag 26 km afgelegd, de richtingsborden geven echter 31,1 km aan. De waarheid zal wel ergens in het midden liggen.

 

Vanaf Islares lopen we de eerste km's lekker in de schaduw van de bomen en bergen. In het dorpje Rioseco spotten we een bar die open is, koffietijd. Na het dorpje Magdelena is het weer klimmen geblazen naar zo'n 200m. Gelukkig ligt het hele pad in de schaduw van bomen. Soepeltjes loopt Denzel de berg op, en kijkt om met een blik van “waar blijven jullie nou”, terwijl wij zwoegend en hijgend de steile stukken opklimmen.

 

Op het hoogste punt stoppen we voor de lunch, de afdaling daarna is helaas in de velle zon. Gelukkig staat er soms een koel briesje. Na een aantal keren onder de snelweg door te zijn gelopen en nog een paar korte beklimmingen bereiken we Laredo. Daar nemen we op een terras eerst een overheerlijke ijskoffie van Nescafé.

 

Dan op zoek naar de camping. Dat is dan toch nog een behoorlijk stuk lopen, dwars door de stad heen. Irma heeft het zwaar. De doorgestoken blaren onder haar teennagels zijn pijnlijk. Ze komt weer helemaal bij als we op een fijne camping terechtkomen. Spikspinter nieuw sanitair, vriendelijk personeel, de hond mag op het strand en ook nog een pelgrimskorting, wat wil een pelgrim nog meer.

 

Dag 9. Pobeña – Islares (29 km)

Er is een muziekfeest in Pobeña, gezellig denk je. Nou dat valt vies tegen, het begon met twee dames die spaanse liedjes ten gehore brachten. Maar hoe verder het feest vorderde, hoe ruiger de muziek werd. Ver na het middernachtelijke uur eindigde het in pure hardrock, en dat om 4:00 uur in de ochtend. Irma had voor de tweede nacht geen oog dichtgedaan. Ik zelf werd regelmatig wakker van schreeuwende mensen, blaffende honden en vertrekkende auto's.

Om 5:15 uur was ik klaarwakker. Ben nog even blijven liggen en ben toen er toch maar uitgegaan. Het was erg fris, dus de jas kon aan. Om 7:00 uur vertrokken we van de auberge. De route voerde ons langs prachtige kliffen die specticulaire uitzichten opleverden. Tot Onton blijven we de kustlijn volgen. Pas in Otañes vinden we een bar die open is, eindelijk koffie. Ota, Mark en een duitse jongen schuiven ook aan. Dan door naar Castro Urdiales. Linksaf wordt de camino voor fietsers aangegeven, maar geen pijlen voor de wandelaars. We vragen een voorbijganger de weg, maakt niets uit zegt hij, je kan rechtdoor of linksaf. We kiezen voor rechtdoor en lopen langs een autoweg Castro Urdiales in. Via een riviertje vol met kanjers van vissen komen we bij de oceaan.

Daar laten we Denzel even lekker zwemmen en spelen met de bal. Irma praat intussen wat met een jonge braziliaanse pelgrim. We lopen slenterend langs de boulevard tot het eind van de jachthaven. Wat een prachtige stad, een echt klassieke badplaats. We strijken neer op het terras van een bar en bestellen wat te drinken.

Al gauw voegen Ota, Mark en de duitse jongen zich bij ons, meer drinken en eten. Ik had vanmorgen telefonisch al contact gehad met Sandro. Sandro is één van mijn twee italiaanse vrienden met wie ik vorig jaar de Camino Frances heb gelopen. Sandro fietst met zijn neef Massimiliano van Bordeaux, via Santiago, naar Porto. Via de telefoon had ik Sandro al doorgegeven waar we zaten.

Het was een warm weerzien en we hadden elkaar veel te vertellen. Ook de neef van Sandro bleek een heel aardige jongen te zijn. Het werd een heel gezellige boel met oude en nieuwe vrienden, veel praten, eten en drinken. Maar dan moeten Sandro en Massimiliano weer verder, zij hebben nog 50km voor de boeg. Het afscheid nemen valt me zwaar.

Met z'n tweeen lopen we verder, lopen nog even om de cathedraal en het naastgelegen kasteel, en dan door naar het eind van het strand. Daar halen we boodschappen en nemen nog een uurtje rust op/bij het strand. Opnieuw mag Denzel niet op het strand, dat begint zo langzamerhand knap te irriteren. Het is nog steeds warm als we de stad uitlopen. Het plan is om door te lopen tot Islares, een klein dorpje wat zo'n 7 km verderop ligt.

Het laatste uurtje hebben Irma en Denzel het zwaar, de vele km's en de warmte eisen hun tol. Irma kan niet meer. Op haar tandvlees haalt ze de camping. Bij de receptie hoor ik dat honden niet toegestaan zijn op de camping. Het slechte nieuws valt slecht bij Irma, ze barst in tranen uit. Gelukkig is er een alternatief, het schijnt mogelijk te zijn om bij de plaatselijke albergue te kamperen. Maar dan moeten we een kilometer terug lopen. Met lood in haar schoenen begint Irma terug te lopen.

Gelukkig kunnen we terecht bij de Albergue, de tentjes staan tegenelkaar aan. Maar wij mogen de tent opzetten op een smalle groenstrook achter de parkeerplaatsen. Als we 's avonds bijna in slaap vallen arriveren een groep plaatselijke hangjongeren. Schreeuwend nemen ze hun intrek op het kinderspeelplaatsje tegenover de albergue. Daarna hardemuziek en voordurend geschreeuw. Duidelijk erop uit om de pelgrims te pesten of te provoceren. Diverse pelgrims proberen de groep tot stilte te manen, tevergeefs. Tot 4:00 uur 's morgens blijft deze groep jeugd luidruchtig. Een derde nacht zonder slaap.